Iseomeer en Comomeer
20 augustus 2021 - Comomeer, Italië
Buongiorno,
Hier is alweer het laatste blogje over Noord Italie, morgen gaan we nog een paar dagen naar Zwitserland en dan zit de vakantie er alweer op.
Ik neem jullie even mee terug naar het Iseomeer waar we zondag naar toe zijn gereden vanuit Milaan. Helaas zaten we dus niet zoals gepland aan het meer maar ruim een half uur rijden er vandaan. Het halsoverkop geboekte hotel deed ons een beetje aan een sanatorium denken (niet dat we daar overigens ooit geweest zijn..); medewerkers hebben allemaal een soort wit verpleegstersuniform aan, bij binnenkomst hangt er een apparaat dat je temperatuur checkt en op een soort ziekenhuisformulier moeten we het ontbijt voor de dag erna al doorgeven. Even later stopte er een bus waarvan we denken dat het de plaatselijke variant van De Zonnebloem is en deed een buslading 80 plussers zijn entree.
Ook vandaag is het bloedheet en we kiezen de wandeling op grond van de tekst “grotendeels in de schaduw” die in het boekje staat. Het is een wandeling naar de Monticelli watervallen aan de zuidoostkant van het meer.
Het kleine stukje wandelen in de zon van de parkeerplaats naar de start van de wandeling (in een prachtig dorpje) bezorgt ons al bijna een zonnesteek en we zijn dan ook helemaal blij dat we een pleintje aantreffen met een bron waar ijskoud water uitkomt. Waterzak bijgevuld, onze hoofden eronder gestoken en vervolgens onze shirts erin gedompeld. Enigszins afgekoeld beginnen we aan de tocht. Tom dwars door de rivierbedding, Lars en ik via het normale pad. Bij de 2e waterval zouden we ons weer treffen. Op het punt waar de 2e waterval zou zijn zien Lars en ik enkel een klein stroompje. Gsm heeft geen bereik en Tom is nergens te zien. Ik besluit dan maar eens zijn naam te roepen en tot mijn verbazing klinkt meteen luid en duidelijk “hier”. Blijkt hij 2 meter lager te staan waar dus de daadwerkelijke waterval is.. Overigens was die ook amper de naam waterval waardig.
Volgens Tom was de route door de rivierbedding spectaculair met ladders, kettingen om je aan vast te houden en ijzers om je voeten op te zetten, dus met zijn 3-en via de rivierbedding weer terug. Denk dat je in NL/Be deze route nooit ongezekerd had mogen doen maar hier dus wel. ’s Avonds pizza gegeten bij wat we tot nu toe de beste pizzeria van Italië vonden. (Overigens staan er ook pizza Tommy en pizza Maya op het menu maar die spraken ons niet zo aan …).
Maandag naar het Iseomeer gegaan waar we een wandeling wilden maken maar er is niet echt een wandelpad dus na een stukje langs de grote weg te hebben gelopen (en elke 2 meter stoppen om vijgen te plukken en eten) weer omgedraaid tot we een fijne plek in de schaduw hadden gevonden en in het meer konden zwemmen. Het Iseomeer is een stuk kleiner dan zijn buren Garda en Como en het water beduidend warmer.
Tegen het einde van de middag nog een wandelingetje gemaakt bij natuurgebied Tobiere del Sebino. Het valt ons trouwens op dat er hier op mussen en zwaluwnesten na amper vogels te zien zijn. Muggen daarentegen meer dan genoeg. En vooral Lars vinden ze erg smakelijk wat vervelend is gezien hij nogal allergisch reageert met enorme bulten.
’s Avonds barstte er een flink onweer los en binnen een uur koelde het af van 37 naar 22 graden. Ook leverde het een prachtige zonsondergang op.
De volgende ochtend was het weer helemaal opgeklaard en na het ontbijt zijn we doorgereden naar het Comomeer. Omdat het maar ruim een uur rijden was en we pas in de namiddag konden inchecken besloten we eerst te stoppen in Varenna, dat volgens de Trotter een prachtig plaatsje zou zijn. Vanaf de afslag stonden we in de file. We dachten aan wegwerkzaamheden of een ongeluk maar het was gewoon een lange file van toeristen op zoek naar een parkeerplaats. Toen we dat doorhadden en eindelijk een plek gevonden hadden om te keren waren we een klein uur verder… Eerlijk gezegd hadden we dit soort taferelen bij het Gardameer verwacht en niet bij het Comomeer. Inmiddels was er zoveel tijd voorbij dat we konden inchecken in ons appartement aan de noordkant van het meer. Erna naar het dichtstbijzijnde “strandje” (grasveld) gereden, vlakbij een camping en ook hier waren weer heel veel mensen. Maar 10 minuten verder wandelen waanden we ons bijna in Azië; langs grasvelden zo groen dat het rijstvelden leken en met de bergen op de achtergrond en een nagenoeg verlaten zandstrandje waar op een paar zwanen en ons na niemand was. Wat een prachtig plekje! Het Comomeer is trouwens beduidend kouder dan het Iseomeer.
Geleerd van de file op dinsdag, besloten we op woensdag de trein te nemen (kost hier een appel en een ei) naar Varenna en daar een dagticket te kopen voor de ferry's. Die verbinden een paar plaatsen op het meer met elkaar en zo konden we wat plaatsjes bezoeken en tussendoor op de boot genieten van het mooie uitzicht. De eerste ferry ging naar Bellagio, naar het schijnt de mooiste plaats rond het Comomeer. Wij vonden het echter gruwelijk; 1 groot toeristenoord met alleen maar souvenirshops en meer Nederlanders dan Italianen. Na tien minuten hadden we het er gezien dus toen zijn we in afwachting van de volgende boot op een terras geploft voor een koffie. Ik dacht “ laat ik er een gebakje bijnemen”… nou dat had het formaat van een koekje dat je bij ons standaard bij de koffie krijgt.. op een heel groot bord geserveerd..
De volgende ferry bracht ons naar Cadenabbia waar een prachtige villa staat; villa Carlotta, die nu dienst doet als museum. Bedoeling was die te gaan bezichtigen maar inmiddels knorden onze magen (het gebakje was immers iets voor een holle kies,, niet voor een holle maag) en zijn we eerst op zoek gegaan naar een restaurantje. Dit deel van het meer is een stuk rustiger en bestaat uit allemaal grote villa’s en andere statige gebouwen. Er ligt ook een vijfsterrenhotel met zwembad ín het meer.. als we de prijzen van een kamer in het hotel googlen snappen we waarom het hier niet zo druk is… vanaf €1500 per nacht heb je een kamer…
Na een heerlijke lunch was het inmiddels zo laat dat we het museumbezoek maar hebben overgeslagen en de boot terug naar Varenna hebben genomen. Een prachtig fotogeniek dorpje, maar ook hier kon je weer over de koppen van de toeristen lopen. IJsje gegeten, terrasje gedaan en rondgeslenterd en toen weer met de trein terug naar Colico.
Donderdag was al onze laatste dag in Italië. We zouden eigenlijk een kajak huren maar zijn niet verder geraakt dan het zwembad bij het appartement dat we helemaal voor ons alleen hadden.
Voor ’s avonds hadden we een restaurant uitgezocht in Sorico dat geweldige beoordelingen had voor onze laatste Italiaanse maaltijd. Tom had een speciaal regionaal gerecht met inktvis en Lars en ik een pizza. De inktvis smaakte als aangebrande kip en mijn pizza leek en smaakte nog het meest naar een stuk brood dat in water gedompeld was. Een soppige smakeloze massa. Ik geef niet snel eten terug maar dit was echt niet te doen. Binnen een half uur stonden we weer buiten en hebben we een ijsje gehaald en nog een stukje langs het meer gelopen.
Vrijdag zijn we langzaam aan de terugweg begonnen maar we stoppen eerst onderweg nog een paar dagen in Zürich.
Ciao ciao!















Nog fijne dagen in het mooie Zwitserland.